Onderzoekssamenvatting Juli 2006

08-08-2006

Test van Celecoxib helpt niet bij ALS

Voorpublicatie op het net in juni in de ‘Annals of Neurology’ heeft aangetoond dat een test van 800 mg celecoxib bij 300 ALS patiënten het afremmen van het aftakelen van de spieren niet teweegbracht evenmin als het veranderen van elke andere maatregel tegen de vooruitgang van de ziekte. Het geneesmiddel was veilig, aldus Dr. Merit Cudkowicz, Dr. Daniel Drachman, en hun collega’s. In verder onderzoek zal de combinatie van dit geneesmiddel met creatine getest worden, gezien vaststellingen bij dieren aangeven dat deze gecombineerde behandeling zou kunnen helpen bij ALS.

Volgens onderzoekers, die werken bij Dr. Pamela Show van de universiteit van Sheffield in Engeland, is Ebselen, een geneesmiddel dat mitochondriaal actief is, kandidaat om ALS te behandelen. De onderzoekers ontdekten dat een enzym in de mitochondria, peroxiredoxin 3 genoemd, een anti-oxidant, minder overvloedig aanwezig is bij zowel cel cultuurmodellen als in het mutant muismodel van de ziekte (de SOD1 muis) als bij ALS patiënten. Ebselen, een anti-oxidant geneesmiddel, dat optreedt als een nabootser van peroxiredoxin 3, is in staat de giftigheid van de mutant SOD1 proteïne in het celmodel tegen te werken. Deze inleidende ontdekkingen werden gepubliceerd in de uitgave van juli van ‘Brain’ .

ALS gelinkt met genvariaties betrokken bij behandelen van pesticiden

Uit een verslag van onderzoekers in de Northwestern University in Chicago, geleid door Dr. Teepu Siddique, blijkt dat gentekenen aangeven dat verschillen in het ontgiften van pesticiden en zenuwgassen kunnen verklaren waarom ALS meer frequent voorkomt bij veteranen van de Golfoorlog en waarom bepaalde blootstellingen aan het milieu het risico op de ziekte kunnen verhogen. Zoals gemeld op de meeting van de American Academy of Neurology in San Diego deze lente en nu gepubliceerd op het net, vooruitlopend op de uitgave van augustus van ‘Neurology ’ , geven genvariaties, die de zogenaamde PON enzymen coderen, die pesticides en andere chemicaliën aanpakken, aanleiding tot een tweevoudig verhoogd risico om ALS te ontwikkelen. Deze veelbetekenende ontdekking is niet oorzaak en gevolg, maar geeft de start om genetische en omgevende risicofactoren van de ziekte op te sporen.

Twee publicaties in de uitgave van juni van ‘Annals of Neurology ’ verklaren waarom het moeilijk was een muis te maken, die schade vertoont door mutatie in de alsin proteïne, die betrokken is bij een type van ALS dat begint op jonge leeftijd.

Onderzoekers, werkzaam bij Prof. Don Cleveland, in de universiteit van Californië in San Diego, meldden op het net, in de uitgave van juni van ‘Annals of Neurology’, dat muizen, die de alsin proteïne missen, toenemende ontaarding vertonen van de bovenste motorneuronen, die zich naar beneden bewegen in het ruggenmerg, maar geen schade aan de onderste motorneuronen, die lopen van het ruggenmerg naar de spieren. De muizen bewogen zich trager voort dan normale muizen, maar vertoonden geen spierzwakte. De besmette muizen vertonen geen spasticiteit van de schade aan bovenste motorneuronen, die mensen vertonen. Dus veroorzaakt de alsin mutatie een welbepaalde ziekte, die niet juist dezelfde is als ALS, aldus de onderzoekers. In plaats daarvan gelijkt het meer op een erge vorm van erfelijke spastische verlamming.

Zoals gemeld in dezelfde publicatie, hebben onderzoekers, die werkzaam zijn bij Prof. Dr. George Haase in het Institut National de la Santé et de la Recherche Médicale, en AVENIR in Frankrijk, aangetoond dat motorneuronen met uitgeput alsin (door middel van een techniek die verschilt van diegene, die wordt gebruikt door de Cleveland Groep) voor 30 tot 40 percent afsterven in culturen en dat de overlevende cellen beperkt vermogen hadden om vezels uit te sturen. Het effect van alsin te verwijderen werd gekopieerd door cellen, die onbekwaam zijn om de guanine nucleotide uitwisselingsfactor , Rac1, te maken, d.i. een celproteïne die eerder betrokken was bij de alsin mutatie. In overeenstemming met de vermoedelijke rol van deze proteïnen bij het correct functioneren van de cellulaire zakken, endosomes genoemd, en met de intracellulaire beweging van materialen in het algemeen, hadden de motorneuronen met verminderde alsin de endosomes doen afnemen en het intracellulair vervoer verslechterd.

Twee structurele proteïnen werken op elkaar in bij erfelijke spastische Paraplegia

Twee proteïnen, die zenuwvezels helpen intact te blijven en in staat om de rest van de cel te bevoorraden in benodigd materiaal, kunnen blijkbaar de ziekte veroorzaken, die erfelijke spastische paraplegia wordt genoemd en die aanleiding geeft tot stijfheid en zwakte. De proteïnen zijn spastin en atlastin en blijkbaar moeten ze correct op elkaar inwerken om de gezondheid van de zenuwvezels te handhaven, aldus de onderzoekers van de Columbia universiteit, geleid door Prof. Dr. Brett Lauring, in hun verslag van juli in ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’.

…en een ander gen betrokken bij deze stoornis: parallellen met ALS

Dr. Stephan Züchner van de Duke universiteit en zijn collega’s spreken in de internetversie van juli van de American Journal of Human Genetics over een ander gen, dat betrokken is bij erfelijke spastische paraplegia en dat de proteïne, REEP1 genoemd, codeert. De proteïne helpt de mitochondria.

Het besluit uit deze nieuwe inzichten in de alsin functie en parallellen met de erfelijke spastische paraplegia is dat motorneuronen aandoeningen in verband staan met verandering in celbenodigdheden zowel als met de mitochondriale functie. De ALSA blijft onderzoek naar deze mogelijke aspecten van ALS financieren.

Genetica van cognitieve veranderingen die in verband staan met ALS

Internationale samenwerking heeft geleid tot de ontdekking van een nieuwe mutatie, die sommige gevallen van ALS schijnt te veroorzaken. Zoals gemeld in Neurology van 28 juni werd de mutatie van een proteïne, CHMP2B (charged multivesicular body protein 2B) genoemd en die voordien gelinkt werd met cognitieve veranderingen, gevonden bij twee van elkaar onafhankelijke patiënten met een aandoening van motorneuronen, aldus Prof. Elizabeth Fisher, van het University College in Londen, en haar collega’s. Deze ontdekkingen sluiten aan bij andere die de blaasfunctie betrekken bij schade aan de motorneuronen.

Een nieuw gen, gelinkt aan FTLD (Frontotemporale lobaire degeneratie), werd aangebracht door twee onafhankelijke groepen, zoals gemeld op de netversie van 16 juli van Nature. Dit type van dementie kan voorkomen bij ALS patiënten en kan zelfs de aandoening van de motorneuronen voorafgaan bij sommigen. Teams, geleid door Prof. Michael Hutton, van het Mayo Clinic College of Medicine in Jacksonville, Florida, en door Prof. Christine Van Broeckhoven, van de universiteit van Antwerpen in België, toonden aan dat alle mutaties in de verschillende families van erfelijk FTLD leiden tot voortijdig stoppen bij het lezen van het ADN, zodat de cellen voldoende progranulin ontberen. Progranulin, een groeifactor, is een bekende stimulator van VEGF, een andere ondersteunende molecule gelinkt met ALS. De ontdekkingen stemmen tevens overeen met vaststellingen, eerder dit jaar, bij de bloedvaten bevorderende proteïne angiogenin, een proteïne gelijkaardig aan VEFG.

Het gemuteerd gen voor proganulin ligt op chromosoom 17, zeer dicht bij de ‘tau’ mutatie, die aan de basis ligt van andere erfelijke gevallen van FTLD. De ontdekking vervolledigt de tien jaar lange opzoekingen waarom sommige families met FTLD geen enkele verandering vertonen van het ‘tau’ gen. Terwijl deze families met gemuteerd proganulin geen aandoening van de motorneuronen vertonen, zal de kennis, opgedaan bij het beantwoorden van de genetische vragen bij hun ziekte, zonder twijfel snellere vooruitgang doen boeken bij het ontdekken van genen die wel ALS veroorzaken.

VEGF genvariatie gelinkt met het vrouwelijke genus bij ALS

Onderzoekers in Duitsland berichtten in de uitgave van juni van Neurology dat stalen van zowat 400 patiënten, onderzocht op varianten van het gen voor VEFG, alleen een statistisch belangrijke link inhielden voor het vrouwelijk geslacht. De onderzoekers, geleid door Dr. Thomas Gasser, in de Eberhard-Karls universiteit Tubingen, noteerden dat vroegere positieve ontdekkingen van een verband van VEFG genvarianten met het verhoogd risico ALS te ontwikkelen, alleen plaatsvonden in stalen van patiënten, die voor een relatief groot deel vrouwelijk waren.

De ligging op chromosoom 9 van het FTLD gen gepubliceerd

Het team, geleid door Teepu Siddique aan de Northwestern universiteit van Chicago, heeft in de uitgave van juli van Neurology de ligging gepubliceerd van een gen, gelinkt met FTLD, in een gebied op chromosoom 9, zoals in de lente reeds gemeld werd op de meeting van de American Academy of Neurology in San Diego. Het exacte gen moet nu nog heel nauwkeurig worden aangewezen.

SOD1 sporen, parallellen met de ziekte van Alzheimer’

Prof. Mikael Oliveberg en zijn collega’s aan de universiteit van Stockholm in Zweden, berichten in de uitgave van juli van de Proceedings of the National Academy of Sciences dat de molecule mutant SOD1, zoals bij de abnormale amyloïde proteïne bij de ziekte van Alzheimer, bepaalde gebieden bevat die het samenklonteren bevorderen wanneer de moleculen onder bepaalde omstandigheden uiteenvallen in de cellen.

Hersenssignalen kunnen een cursor of Prosthesis controleren

Hulp aan verlamde mensen zou kunnen komen van de mogelijkheid hersenssignalen, die een intentie aangeven te bewegen, om te zetten in eigenlijke beweging. De vooruitgang op dit gebied door onderzoekers, die samenwerken met Prof. Dr. Leigh Hochberg, van het Massachusetts General Hospital en Prof. John Donoghue van de Brown University staat gepubliceerd in de uitgave van juli van Nature . De aanpak wordt getest bij ALS patiënten. De onderzoekers toonden aan dat ingeplante micro-elektroden de activiteit van honderden neuronen kunnen lezen en deze signalen kunnen omzetten in bruikbare controle van computers, van een lichtschakelaar, een televisie of zelfs van een robothand. De onderzoekers noteerden dat er een risico bestaat op infectie door de ingebrachte elektroden, maar stelden eveneens dat in de toekomst uitlopers zouden kunnen worden gecontroleerd door verscheidene elektroden in verschillende hersengebieden, die de spieren zouden activeren via elektronische interfaces.

Bron: www.alsa.org

Vertaling: Kris Van Hespen

Share