Geneesmiddelenverbinding stopt Alzheimergerelateerde schade bij muizen

26-01-2017

(ingekorte versie)

In normale omstandigheden draagt het eiwit tau bij tot het normale, gezonde functioneren van hersenneuronen. Bij sommige mensen echter trekt het zich samen tot toxische kluwens die de hersencellen beschadigen. Zulke kluwens zijn kenmerkend voor Alzheimer en andere neurodegeneratieve ziektes.

Onderzoekers aan de Medische School van de Universiteit van Washington in St. Louis hebben echter aangetoond dat de niveaus van het tau-eiwit kunnen worden verlaagd - en dat een deel van de neurologische schade veroorzaakt door tau zelfs ongedaan kan worden gemaakt - door een synthetische molecule die zich richt op de genetische instructies voor de opbouw van tau nog voor het eiwit wordt aangemaakt.

De studie werd uitgevoerd op muizen en apen en werd op 25 januari gepubliceerd in Science Translational Medicine. De bevindingen suggereren dat de molecule - die gekend is als een antisense-oligonucleotide - mogelijk neurodegeneratieve ziektes kan behandelen die worden gekenmerkt door abnormaal tau, zoals Alzheimer.

Om het tauniveau te verlagen, gebruikten de onderzoekers een antisense-oligonucleotide, een soort molecule dat ingrijpt op de instructies voor de opbouw van eiwitten. Genen in het DNA worden gekopieerd naar RNA, een 'boodschappersmolecule' die de instructies bevat voor de opbouw van een eiwit. Antisense-oligonucleotides verbinden zich met het boodschappers-RNA en kiezen het als doelwit voor vernietiging nog voor het eiwit kan worden opgebouwd. Zulke oligonucleotides kunnen worden ontworpen om zich te richten op het RNA van zowat elk eiwit.

Een belangrijke vaststelling was dat het totale-tauniveau en het niveau van de taukluwens in de hersenen van de behandelde 12 maanden oude muizen lager waren dan bij onbehandelde 9 maanden oude muizen. Dat suggereert dat de behandeling de opbouw van tau niet alleen had stopgezet maar ook een deel van de schade ongedaan had gemaakt.

Oligonucleotidebehandeling werden onlangs goedgekeurd door het Voedsel- en Geneesmiddelenagentschap van de VS voor twee neuromusculaire ziektes: de musculaire dystrofie van Duchenne en spinale musculaire atrofie (SMA). Het oligonucleotide voor SMA werd ontdekt door Ionis Pharmaceuticals, dat een partnerschap aanging met Miller om de oligonucleotidebehandeling te ontwikkelen voor taugerelateerde neurologische ziektes. De Universiteit van Washington en Ionis Pharmaceuticals dienden gezamenlijk een octrooiaanvraag in voor het gebruik van oligonucleotides voor het verlagen van de tauniveaus.

Tests op mensen met oligonucleotides staan in de steigers voor verscheidene andere neurologische ziektes, waaronder de ziekte van Huntington en amyotrofische laterale sclerose (ALS). Miller staat mee aan het hoofd van de ALS-test.

Miller en zijn collega's waren geïntrigeerd door de mogelijkheid om studies te ontwikkelen om de tauniveaus bij mensen te verlagen. Eerst moesten ze echter nagaan hoe het oligonucleotide werkte bij een dier dat meer gelijkenissen met een mens vertoont dan een muis.

"De studie op apen toonde aan dat een lager taugehalte in de cerebrospinale vloeistof correleert met een lager taugehalte in de hersenen", zegt Miller. "Dit is een belangrijke vaststelling met het oog op de evaluatie van deze behandelingsbenadering bij mensen, omdat er geen non-invasieve manier bestaat om de tauniveaus in de hersenen te meten. Deze correlatie geeft aan dat de tauniveaus in de cerebrospinale vloeistof kunnen worden gebruikt als richtsnoer voor de tauniveaus in de hersenen."

"Taukluwens correleren met cognitieve achteruitgang bij verscheidene ziektes", aldus Miller. "Dit vormt een veelbelovende nieuwe benadering om het taugehalte te verlagen. We moeten echter testen of dit veilig is bij mensen en of het wel degelijk de tauniveaus naar beneden haalt, waarvoor het ontworpen is. Pas daarna kunnen we ons toeleggen op de vraag of het enig effect heeft op de ziekte. Alles wat we tot nog toe hebben vastgesteld, maakt echter duidelijk dat het de moeite loont dit te onderzoeken als een potentiële behandeling voor mensen."

 

Vertaling: Bart De Becker

Bron: MedicalXpress

Share